Het interieur van de kerk.

Na de verbouw van 1767 is de tegenwoordige ruimte ontstaan. De hele kerkruimte is eerst gevuld met banken. De zitplaatsen worden verhuurd, soms bij opbod. Deze gegoede gelovigen kunnen tot 1829 ook in de kerk begraven worden.
Vanaf 1915 worden de zitplaatsen verhuurd tegen vaste prijzen. Begin van de 20° eeuw zijn de banken grotendeels verwijderd en vervangen door stoelen.

Tegen de noord- en zuidgevel staan de herenbanken. De oudste staat aan de noordkant, hoog tegen de muur: de Ommelander Herenbank met het wapenbord.jpg Het wapen van de familie Wildervanck is in 1962 door Hendrik A. ter Reegen. Voor die tijd was het een leeg vlak, waar ongetwijfeld ooit een familiewapen heeft gezeten.

Verder zijn er aan noord- en zuidkant banken die van oorsprong bedoeld zijn voor diakenen, ouderlingen, kerkvoogden, notalbelen, predikantenfamilies, vrouwen en meiden. Deze laatste bank wordt ook wel de opschikbank genoemd. Aan de zuidkant is de schippersbank.

De avondmaalstafel is in 1662 door Augustinus Thomas gemaakt en is daarmee een tastbare herinnering aan de begintijd van deze kerk.

De kansel en de voorzangerslezenaar zijn gemaakt tijdens de vergroting van de kerk in 1767.

jpgDe zeszijdige kansel  is voorzien van verfijnd houtsnijwerk. Op het voorpaneel is het kerspelzegel van de kerkelijke gemeente te zien: een arm, die in de wolken reikt, waaromheen een slang is gekronkeld. De slang reikt naar lelie en olijftak. Het wapen van de burgerlijke gemeente Veendam is in 1872 van dit kerspelzegel afgeleid. Alleen gaat de slang hier naar beneden in plaats van omhoog: de slang kronkelt richting grond.

jpg

Vroeger stonden er drie doophekken rond de preekstoel. De doophekken hebben een andere plaats in de kerkzaal gekregen.

De grote koperen kroonluchter  werd in 1785 geschonken door Fennechien Wijndels, weduwe van Hendrik Pieters.

De kleine koperen kronen zijn een geschenk van de gemeenteleden ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de kerk in 1962.

Op het rugwerk van het orgel staat een wijzerplaat uit 1782. De klok stond vroeger op de achterste trekbalk (noordkant) en was middels stangen verbonden met het uurwerk in de toren.