Het interieur van de kerk.

Na de verbouw van 1767 is de tegenwoordige ruimte ontstaan. De hele kerkruimte was toen gevuld met banken. De zitplaatsen werden verhuurd, meestal bij opbod. Deze gegoede gelovigen konden tot1829 ook in de kerk begraven worden.
Vanaf 1915 werden de zitplaatsen verhuurd tegen vaste prijzen. Rond het midden van de 19° eeuw werd het interieur grondig veranderd. In het begin van de 20° eeuw zijn de banken grotendeels verwijderd en vervangen door stoelen. Aan de noordgevel bevinden zich nog de oorspronkelijke banken: de Heerenbank, waaronder de jpgOmmelander bank met wapenbord. Verder zijn er nog banken die van oorsprong bedoeld waren voor diakenen, ouderlingen, kerkvoogden, notalbelenbanken, vrouwen en meiden. Deze laatste bank werd ook wel de opschikbank genoemd. Aan de zuidkant was ook de schippersbank. Het wapen in de Ommelanderbank is van de familie Wildervanck  en is in 1962 aangebracht.

De avondmaalstafel is 17e eeuws. De kansel en de voorzangerslezenaar werden jpggemaakt tijdens de vergroting van de kerk in 1767.

De zeszijdige kansel  is voorzien van verfijnd houtsnijwerk. Op het voorpaneel is het wapen van Veendam te zien: een arm, die in de wolken reikt, waaromheen een slang is gekronkeld. Volgens een legende het gevolg van een belofte van Margaretha Hardenberg.
Het verhaal gaat dat deze preekstoel oorspronkelijk bedoeld was voor de kerk in Wildervank. In de stad Groningen waren namelijk twee preekstoelen besteld: een voor de kerk van Wildervank en een voor Veendam. Beide preekstoelen werden in 1767 met de zelfde trekschuit uit Groningen gebracht. De Veendammers vonden die voor Wildervank mooier en besloten die in de kerk van Veendam te plaatsen.

jpg

 

Vroeger stonden er drie doophekken rond de preekstoel. De doophekken hebben een andere plaats in de kerkzaal gekregen. De grote koperen kroonluchter  werd in 1785 geschonken door Fennechien Wijndels, weduwe van Hendrik Pieters. De kleine koperen kronen zijn een geschenk van de gemeenteleden ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de kerk in 1962. Op het rugwerk van het orgel staat een wijzerplaat uit 1782. De klok stond vroeger op de achterste trekbalk (noordkant) en was middels stangen verbonden met het uurwerk in de toren.