Geschiedenis

jpgVeendam ligt in het hart van de Groninger Veenkoloniën. Met de ontvening van dit enorme moerasgebied, het Bourtanger Moor, wordt in de 16e eeuw al begonnen. Pas in de eerste helft van de 20ste eeuw komt aan dat zware werk een eind: rond Vledderveen wordt het laatste veen afgegraven. 

In 1647 is men toe aan het ontginnen van de Muntendammer venen. Ze liggen ten zuiden van Muntendam. Adriaan Geerts Wildervanck pacht het gebied van het kerspel Zuidbroek en gaat aan de slag. 

Het ontginnen gebeurt vanuit Muntendam en dan naar het zuiden. Een eerste bevolkingsconcentratie ontstaat in Boven Muntendam, rond wat nu Scholthuizen / Beneden Verlaat heet. In 1651 gaat het gerucht, dat er wel al 300 gezinnen wonen en dat het er nogal ruig aan toe gaat.

Het stichten van een kerkelijke gemeente lijkt zo langzamerhand een sociale noodzaak te worden. Met 300 gulden subsidie van de provincie kan in 1655 een predikant naar 'Veendam' beroepen worden: Ds. Henricus Hermannius. Met zijn komst op 10 november van dat jaar gaat Boven Muntendam in het vervolg Veendam heten. Ds. Hermannius is eerder dominee in Brazilië geweest, in dienst van de Westindische Compagnie.

Er is nu dus een predikant, maar nog geen kerk... De eerste diensten worden gehouden in de schuur van Albert Aalders Negenkracht. Bij gebrek aan een kerkklok trommelt 'loper' Jan Karstiens de kerkgangers naar de Veendammer schuurkerk. Over de eerste kerkdienst wordt vermeld dat de schuur zo vol is dat de gelovigen 'tot de hanebalken toe' aan de lippen van de voorganger hingen. Als preekstoel dient een oud vat. Wildervanck stelt zijn pas gebouwde huis, de veenborg Sorghvliet aan Bocht Oosterdiep, beschikbaar en vervolgens worden de diensten aldaar gehouden.

Wildervanck zet zich in om een kerk gebouwd te krijgen in Veendam. Gedeputeerde Staten van de provincie geven een subsidie van 4.000 gulden. En zo gebeurt het, dat op 24 augustus 1660 Adriaan Geerts Wildervanck de eerste steen legt voor de nieuwe kerk, die gebouwd wordt op een hoogte tussen het Ooster- en Westerdiep, aan een laan die beide kanalen met elkaar verbindt. Ruim 2 jaar later, op 5 oktober 1662, wordt de kerk ingewijd. Wildervanck maakt het niet meer mee, hij overlijdt op 24 november 1661.

jpgDe provincie heeft de kerkbouw gesubsidieerd en verkrijgt daarmee het collatierecht (het recht om een predikant te benoemen). Daarom is het provinciewapen boven de hoofdingang aangebracht.

jpgVrij vlot na 1662 wordt naast de kerk een school gebouwd. Stephanus Conius wordt tot onderwijzer benoemd. Hij is ook koster, voorzanger en klokluider. Het zijn verplichte bijbaantjes voor een schoolmeester.

Veendam groeit gestaag verder. In 1679 wordt een tweede predikant bevestigd. Het is Ds. Wilhelmus Palmer.

In 1702 wordt het kerspel Veendam-Wildervanck gescheiden. Wildervank wordt een zelfstandig kerspel met een eigen kerkenraad en kerspelzegel.